De Belemniet

Home

Onderwerpen

Producten

Excursiepunten

Contact

Links

Over ons

Sitemap

Fossiele en recente zeelelies (crinoïden)

Deutsche Version Deutsche Version

Zeelelies en andere diersoorten met plantennamen

De naam ‘zeelelies’ wekt de indruk dat we hier met planten te maken hebben. Zeelelies behoren echter tot het dierenrijk. Zeelelies zijn overigens niet de enige soorten dieren waarbij de naam doet vermoeden dat we met plantensoorten te maken hebben. In de tegenwoordige zeeën komen bijvoorbeeld ook zeeanemonen (zoals zeerozen en zeemadeliefjes), zeedruiven, zeepaddestoelen en zeekomkommers voor. Deze behoren echter allemaal tot het dierenrijk. Zeelelies (Crinoidea) behoren tot de stam der stekelhuidigen (Echinodermata). Daartoe behoren ook zee-egels, slangsterren en zeesterren. 

zeelelies crinoiden
Afbeelding 1.  De kroon met een deel van de steel van Scyphocrinites elegans (links), een sierlijke soort zeelelie uit het Siluur/Devoon, afkomstig uit Alnif in Marokko. In het midden zien we een close-up van de kroon. Zeelelies uit het Midden-Devoon van de Eifel zien er in het algemeen eenvoudiger en compacter uit, zoals de kroon in dit brok fossielenrijk gesteente (rechts) laat zien. De speld is 3 cm.

Zeelelies in de loop der geologische geschiedenis

We komen zeelelies voor het eerst tegen in het Ordovicium. Maar echt tot bloei komen ze pas tijdens het Siluur. Ze passen zich dan aan het leven op de riffen aan. Als de omstandigheden gunstig waren, konden ze de zeebodem massaal bevolken. Voor de eerste keer tijdens hun bestaan treden ze nu ook gesteentevormend op. Diverse soorten komen we veelvuldig tegen in het Onder- en Midden-Devoon van de Hunsrück en de Eifel in Duitsland. Ze konden daar complete zeelelievelden vormen. Weer later, gedurende het Carboon, verplaatsen de zeelelies zich naar de diepere zeegedeelten. Aan het einde van het Paleozoïcum - in het Perm - krijgen we dan met een duidelijke terugval te maken. Die terugval zet door in het Mesozoïcum en tijdens het Cenozoïcum – in het Tertiair – treffen we ze nog maar nauwelijks in afzettingen aan. In totaal zijn er zo’n 5000 soorten uitgestorven zeelelies bekend. 

kelk zeelelies crinoiden
Afbeelding 2. Kroon (kelk met vangarmen) van zeelelies uit het Midden-Devoon van de Eifel zoals te zien in het Naturkundemuseum Gerolstein. Deze zeelelies uit de Eifel zijn in het algemeen eenvoudig en compact.

Zeelelies bestaan nog steeds

Tegenwoordig komen we nog enkele honderden soorten zeelelies tegen. Ze leven voornamelijk in de ondiepe wateren van warme, tropische zeeën. Maar ook in koudere streken, tot zelfs in de zeeën rond de Zuidpool (Antarctica) komen ze voor. Men heeft ze aangetroffen tot diepten van zes kilometer. Ook in de Noordzee treffen we ze aan. In de loop der geologische geschiedenis komen zeelelies in allerlei soorten en maten voor. Zo zijn er soorten van minder dan een centimeter grootte tot reuzen van zo’n twintig meter lengte. 

schema zeelelie crinoide
Afbeelding 3.

Vereenvoudigde weergave van een zeelelie
 
Zeelelies hebben ankerachtige of wortelachtige  structuren (cirri) waarmee ze in of aan de bodem vastzitten. Aan die structuur zit een steel.

Bovenaan die steel bevindt zich een kelk met vangarmen die we samen de kroon noemen. In de kelk – die uit losse kelkplaatjes bestaat – bevindt zich het spijsverteringssysteem van de zeelelie. De bovenkant van de kelk wordt afgesloten door een kelkdeksel waarin zich de mond van het dier bevindt. Hier komt ook de anus van het dier voor. Deze zit meestal aan de bovenkant van een anusbuis.

Boven de kelk zitten de vaak gevorkte, beweeglijke vangarmen. Aan de binnenkant van die vangarmen komen een soort trilhaartjes voor. Deze dienen om zeer kleine voedseldeeltjes op te vangen.

Zowel de steel als de vangarmen bestaan uit kleine, dunne schijfjes of hoekige plaatjes van calciet (kalksteen). Deze schijfjes en plaatjes hebben in het midden een holte waardoor de zenuwbanen lopen. We noemen die schijfjes wel trochieten. Bij leven zijn deze losse onderdelen met elkaar verbonden door een fijn weefsel.

Tekening naar Hans J. Jungheim - Die Eifel

Anatomie van de zeelelie (afbeelding 3)

Net zoals alle stekelhuidigen zijn zeelelies marien levende, wervelloze dieren. De meeste soorten zijn op de zeebodem verankerd maar er bestaan ook vrij zwemmende soorten. We zullen hier de soorten die aan de zeebodem verankerd zijn nader bekijken. Ze hebben wortelachtige of ankerachtige structuren (cirri) waarmee ze in of aan de bodem vastzitten. Aan die structuur zit een steel. Bovenaan die steel bevindt zich dan een kelk met vangarmen die we samen de kroon noemen (afbeelding 2, 3 en 7). In de kelk – die uit losse kelkplaatjes bestaat – bevindt zich het spijsverteringssysteem van de zeelelie. De bovenkant van de kelk wordt afgesloten door een kelkdeksel waarin zich de mond van het dier bevindt. Hier komt ook de anus van het dier voor. Deze zit meestal aan de bovenkant van een anusbuis. Boven de kelk zitten de vaak gevorkte, beweeglijke vangarmen. Aan de binnenkant van die vangarmen komen een soort trilhaartjes voor. Deze dienen om zeer kleine voedseldeeltjes op te vangen. 

zeelelie crinoide
Afbeelding 4. Fossiele overblijfselen van zeelelies kunnen massaal in gesteenten voorkomen. Hier zien we voorbeelden daarvan uit Duitsland. Van beide gesteentebrokken is rechts een close-up te zien. De speld is 3 cm.

Zeelelies bestaan vooral uit heel veel kleine schijfjes of plaatjes

Zowel de steel als de vangarmen bestaan uit kleine, dunne schijfjes of hoekige plaatjes van calciet (kalksteen). Deze schijfjes en plaatjes hebben in het midden een holte waardoor de zenuwbanen lopen. We noemen die schijfjes wel trochieten. Bij leven zijn deze losse onderdelen met elkaar verbonden door een fijn weefsel. Na de dood van de zeelelie vallen stengel en vangarmen al snel uit elkaar in de vele afzonderlijke trochieten (afbeelding 6). Wat je van fossiele zeelelies terugvindt, zijn in de meeste gevallen deze kleine schijfjes en plaatjes met in het midden een gaatje. Soms komen de fossiele overblijfselen van zeelelies zo massaal in gesteenten voor dat ze er zelfs hun naam aan geven, bijvoorbeeld crinoïdenkalksteen of trochietenkalksteen (afbeelding 4, 5 en 6). 

zeelelie zwerfsteen crinoiden
Afbeelding 5. In gesteenten kunnen stengeldelen (of afdrukken daarvan) voorkomen. Dat is links te zien. Regelmatig vinden we zwerfstenen van de Rijn in zowel Duitsland als Nederland met daarin (afdrukken van) stengeldeeltjes van zeelelies ofwel crinoïden (midden en rechts). Deze zandstenen staan ook wel bekend als crinoïdenzandsteen of trochietenzandsteen. De speld is 3 cm.

Voortplanting bij zeelelies

Om zich voort te planten, produceren zeelelies zaad- en eicellen die ze dan loslaten zodat ze door het water meegevoerd kunnen worden. Als een zaad- en eicel bij elkaar komen en er bevruchting plaatsvindt, ontstaat een vrij zwemmende larve. Deze doorloopt diverse stadia en zinkt tenslotte naar de bodem om zich daar als zeelelie vast te hechten. 

zeelelie crinoiden Weinberg Eifel
Afbeelding 6. In het gebied langs de Maas in het noorden van Frankrijk en het  zuiden van België komt een zwartgrijze hardsteen uit het Carboon (en in geringere mate ook het Devoon) voor. Soms komen in het donkere steenoppervlak witte rondjes van stengeltjes van zeelelies (crinoïden) voor. Deze crinoïdenkalksteen, die ook tot de hardsteen wordt gerekend, zien we vaak terug in onder andere drempels van woningen (links onder met close-up erboven). De Weinberg bij Kerpen in de Eifel (rechts onder) bestaat uit afzettingen van dolomiet en kalksteen uit het Midden-Devoon. In de kalksteen komen heel veel (stengel)deeltjes van zeelelies voor. Als zo'n gesteente verweert, kunnen gemakkelijk losse stengeldeeltjes of meerdere aan elkaar vastzittende (stengel)deeltjes - 'schroeven' gevonden worden (rechts boven). De speld is 3 cm.

fossiele zeelelies crinoïden Trias Muschelkalk
Afbeelding 7. Kroon (kelk met vangarmen) van zeelelies uit de Boven-Muschelkalk (Trias) in de Duitse deelstaat Baden-Württemberg.

Voor dit item is gebruik gemaakt van vooral de volgende bronnen: 

* Die Eifel – Erdgeschichte Fossilien Lebensbilder uit 1996 van Hans J. Jungheim is een uitgave van Goldschneck-Verlag. Het boek bevat een apart hoofdstuk over fossiele zeelelies.

* Zeelelies op Wikipedia (versie 14 mei 2021).

* Begleitbuch zum GEO-Pfad der Verbandsgemeinde Hillesheim/Vulkaneifel uit 2000 van I. Eschghi, W. Kasig en Ch. Laschet is een uitgave van de Verbandsgemeinde Hillesheim/Vulkaneifel.

* De Grote Encyclopedie der fossielen uit 1990 van Vojtěch Turek, Jaroslav Marek en Josef Beneš is een uitgave van Rebo Productions, Groningen. Het onderdeel ‘stekelhuidigen’ bevat goede en duidelijke foto’s van fossiele zeelelies en hun verschillende onderdelen.

Tekst en foto's: Jan Weertz
© De Belemniet