|
|
|||||||||||||||||||||
De Elisenbrunnen en andere warmwaterbronnen in AkenDe Elisenbrunnen In het centrum van de Duitse stad Aken vinden we aan de Friedrich Wilhelm Platz de Elisenbrunnen, een paviljoenachtig gebouw dat genoemd is naar de Pruisische kroonprinses Elisabeth Ludovika van Beieren (1801-1873). In de directe omgeving heerst vaak een hele bedrijvigheid. Het is er een komen en gaan van bussen die reizigers in het centrum aan- en afvoeren. Bij goed weer is het er gezellig druk op de terrasjes en de bankjes onder de bomen. En op bepaalde dagen worden door markthandelaren allerlei streekproducten aangeboden. Maar als je dan dicht bij het gebouw zelf komt, slaan je dampen tegemoet die aan de lucht van rotte eieren doen denken. Echt onaangenaam vinden we die lucht echter niet. En bovendien, ze hoort er hier op deze plek bij. Via een paar traptreden en plavuizen van donkere kalksteen uit het Carboon, waarin veel fossielen te vinden zijn (afbeelding 1), komen we in het gebouw bij de ‘brunnen’ zelf.
We zien er twee grote waterbekkens waarin water uit een pijp in de muur stroomt. En dat water verspreidt niet alleen die eerder genoemde lucht die wordt veroorzaakt door zwavelwaterstof, het is bovendien behoorlijk warm. Dat kunnen we goed voelen als we onze hand even in de waterstraal houden. Even maar, want het water is te warm om echt langer over je vel te laten lopen. Dat is niet zo vreemd, want het wordt via een pijpleiding aangevoerd van de verderop gelegen Kaiserquelle (keizerbron) waar het een temperatuur van 52° Celsius heeft. Officieel wordt dit water als geneesmiddel aangeduid. Het mag daardoor alleen onder toezicht – in feite dus op recept – gebruikt worden. Daarom zien we hier bordjes waarop staat dat het ‘kein Trinkwasser’ (geen drinkwater) is.
Andere warmwaterbronnen in het centrum van Aken Naast de Elisenbrunnen zijn in het centrum van Aken nog andere bronnen aanwezig. Maar daar moet je wel een beetje naar zoeken. Je kunt er namelijk geen waterstroom meer zien. Je zou kunnen zeggen dat ze een beetje een verborgen bestaan leiden. Wel hebben ze mooie namen zoals Nikolausquelle, Quelle Großer Monarch, Rosenquelle en Marienquelle. De Nikolausquelle vinden we tegenwoordig aan het begin van de Nikolausstraße. Ze zit heel onopvallend onder een putdeksel in het wegdek. Deze putdeksel verschilt niet echt van putdeksels die je in het algemeen in straten tegenkomt. De Quelle Großer Monarch zit maar een klein stukje verderop. Ze levert zo’n beetje hetzelfde beeld op. Ook zij zit onder een putdeksel, en wel bij de ingang van de Büchelparkeergarage aan de straat Büchel die min of meer parallel loopt aan de Nikolausstraße. De Rosenquelle en de Marienquelle liggen ongeveer op de hoek van de Dahmengraben en de Komphausstraße. En hier moet je echt goed opletten om er niet aan voorbij te lopen. Ze zitten namelijk vlakbij elkaar onder kleine, ronde messingplaatjes in twee trottoirtegels (afbeelding 3). Wel staat op die plaatjes om welke bronnen het gaat. Bij de Rosenquelle lezen we op het plaatje dat het om water van 46° Celsius gaat. Bij de Marienquelle is dat een graadje meer: 47° Celsius. Het water van de Rosenquelle wordt via een pijpleiding naar het thermaalbad van de Carolus Thermen aan de Passtraße geleid.
Warmwaterbronnen in het stadsdeel Burtscheid Verder naar het zuiden en zuidelijk van Aachen Hauptbahnhof vinden we het stadsdeel Burtscheid. Ook daar zijn meerdere bronnen te vinden. Maar ook nu geldt dat daar niet overal iets van in het straatbeeld terug te vinden is. De moeite van het bekijken waard is de Marktbrunnen (afbeelding 4). Deze vinden we bij de Burtscheider Markt. Het water van deze Marktbrunnen wordt vanuit de Burtscheider Rosenquelle aangevoerd. Het stroomt uit drie metalen pijpjes in het zich eronder bevindende bekken. Net zoals bij de Elisenbrunnen lezen we hier op een bordje dat het ‘Kein Trinkwasser’ is en dat de ‘Auslauftemperatur’ (dus de temperatuur van het water op deze plek) 63° Celsius is. We praten met een van de bewoners en ze vertelt ons dat regelmatig mensen waterflesjes bij de Marktbrunnen komen vullen omdat het water geneeskrachtig zou zijn. Waarom zouden die mensen dat bordje met ‘kein Trinkwasser’ negeren? Of nemen ze het niet mee voor oraal gebruik maar passen ze het op een andere manier toe? Zou dat bordje er met dezelfde reden zijn aangebracht als bij de Elisenbrunnen? We proeven er voor de zekerheid maar niet van. Toch moeten we hier waarschijnlijk ook met die geneeskrachtige werking te maken hebben.
Van andere (minder opvallende) bronnen wordt het water namelijk in een aantal klinieken voor geneeskrachtige doeleinden gebruikt. Als het buiten niet zo warm is, zie je in de buurt daarvan de damp van het warme bronwater uit putdeksels tevoorschijn komen (afbeelding 4). Dat het echter niet overal dampt, zien we bij de putdeksel van de afgedichte Michaelsquelle die in het park aan de Dammstraße bij Michaelskirche te vinden is. Je zou er zo aan voorbij lopen. Wel interessant is hier een natuurstenen plavuis met fossiele golfribbels in de trap naar de kerk (afbeelding 8).
Herkomst en temperatuur van het bronwater Maar waar komt dit Akense bronwater nu precies vandaan en waarom is het zo warm? Daarvoor moeten we naar de geologie en de geomorfologie van het gebied gaan kijken. Aken ligt in de zogenaamde ‘Aachener Kessel’, een keteldal met een diepte van 140 tot 180 meter. Rond deze ketel liggen zowel in het noorden (o.a. Schneeberg en Haarberg) als in het zuiden (Pruiswald en Aachener Wald) hogere gebieden. In het algemeen zijn die randhoogtes van het keteldal in het noorden +200 meter en in het zuiden +300 meter (afbeelding 6). De bodem van het gebied is opgebouwd met gesteenten uit meerdere geologische perioden. De oudste daarvan stammen uit het Onder-Devoon. Toen behoorde deze omgeving tot het vasteland en er werden rivier- en meersedimenten gevormd. Tijdens het Midden-Devoon veroverde de zee het gebied. Deze zorgde later – tijdens het Boven-Devoon (afbeelding 8 en 9) en Onder-Carboon – voor de sedimentatie van rifkalkstenen en slikafzettingen van kalk en klei (mergels). Weer later – tijdens het Boven-Carboon – ging het ontstaan van het Varistisch gebergte zijn stempel op het gebied drukken. In de bodem ontstonden plooien en overschuivingen. Dit gebergte verdween later weer grotendeels door erosie en we kregen met een laagvlakte te maken waar tijdens het Boven-Krijt de zee oprukte. In die tijd kwam het tot de sedimentatie van zand, krijtmergel en kalksteen. Maar ook nu verdween de zee na verloop van tijd. Later kwam hij nog een keer terug maar ook dat was van tijdelijke aard.
De Aachener Kessel zoals we die nu kennen, ontstond pas zo’n half miljoen jaar geleden. Toen vond in het gebied een versterkte opheffing plaats. Meteen kreeg de erosie hier vat op: de rivier de Wurm met haar zijriviertjes begon gesteentemateriaal uit te slijten en af te voeren. De lossere en zachtere gesteenten uit het Boven-Krijt waren daarbij een relatief gemakkelijke ‘prooi’ en ze verdwenen dan ook voor een belangrijk deel waardoor het keteldal ontstond. Ook tegenwoordig vind de afwatering van de Aachener Kessel nog steeds door de Wurm en haar zijrivieren plaats (afbeelding 7). We
kennen nu het ontstaan van de laagte waar het bronwater tevoorschijn
kan komen maar waarom het zo warm is, moet nog nader bekeken worden.
Daarvoor moeten we naar waterdoorlatende kalksteen uit het Boven-Devoon
(Frasnien) die in de ondergrond aanwezig is. Door kalkoplossing zijn in
deze kalksteen kloven en spleten ontstaan die in het gesteente als een
soort waterleiding fungeren. Die kalkstenen komen zuidoostelijk van het
keteldal aan de oppervlakte. Via plooiingen en overschuivingen lopen ze
van daar ondergronds verder. Verder noordwestelijk komen we ze dan weer
tegen bij de Akener en Burtscheider overschuiving in het
keteldal.
Regen die een paar duizend jaar geleden in het infiltratiegebied in de omgeving van Walheim en Kornelimünster viel, zakte via deze kalksteenlagen tot een diepte van meer dan 3000 meter. Met het verder doordringen in de diepte kreeg het water met steeds hogere temperaturen te maken. Daardoor werd het steeds warmer. Uiteindelijk kreeg het een temperatuur van zo’n 130° Celsius. Als het dan bij het keteldal weer stijgt, koelt het weer langzaam af. Daarbij speelt ook van elders toestromend grondwater een rol. Dat het water bij het keteldal tevoorschijn treedt, komt doordat dit lager ligt dan het infiltratiegebied.
Uiteindelijk resulteert dat alles in bronwater dat in het centrum van Aken tot 52° Celsius en bij Burtscheid zelfs 73° Celsius kan zijn. Met die 73° Celsius behoort het samen met dat van de bronnen van Karlsbad (Karlovy Vary) in Tsjechië tot de heetste van Europa. Ook de bijzondere geur en samenstelling van het water heeft nog een verklaring nodig. Tijdens zijn lange ondergrondse reis neemt het allerlei uit het gesteente afkomstige opgeloste stoffen op. Als het dan bij de overschuivingen weer tevoorschijn komt, zitten er per liter 4 tot 4,5 gram opgeloste stoffen in. Dat zijn vooral natrium en chloor. En in het centrum van Aken zit daar nog zwavelwaterstof bij die voor die opvallende geur van rotte eieren zorgt.
Een beetje geschiedenis Het gebruik van dit bijzondere water in Aken gaat tot ver in het verleden terug. Al in de Romeinse tijd – zo’n 2000 jaar geleden – werden de bronnen gekanaliseerd en werd het water gebruikt voor geneeskrachtige baden. De naam Aken is zelfs afkomstig van het Latijnse woord voor water: aqua. Aken was voor Karel de Grote (748-814) de favoriete verblijfsplaats en het politieke centrum van zijn rijk. Hij zorgde onder andere voor de modernisering van de baden. Ook in de tijd na Karel de Grote bleven de warmwaterbronnen in de belangstelling waarbij de genezing van zieken een belangrijke rol speelde. Door allerlei oorzaken kende de Akense kuuroordtraditie later een afwisseling van tijden van bloei en verval. Aan het eind van de 20e eeuw was van de traditie weinig meer over. Met de komst van de Carolus Thermen in 2001 en het gebruik van het warme water voor therapeutische doeleinden in een aantal klinieken is nu toch weer een zekere opleving gaande. Literatuur
Bij de
beschrijving van de locaties is sprake van momentopnames. De
kans bestaat dat situaties op een later tijdstip niet meer hetzelfde
zijn. Beschouw de vindplaatsgegevens en routebeschrijvingen dan ook als
richtlijnen die in mindere of meerdere mate veranderd kunnen
zijn.
Tekst en overzichtskaartje: Jan
Weertz
Foto's: Jan en Els Weertz |
|||||||||||||||||||||
| © De Belemniet |